Iris Lucia Megens, product design, Artez

Wat is de invloed van een designer op productieprocessen en hoe beïnvloed dat mijn ontwerpproces?

7 december 2018

In dit essay ga ik het hebben over massaproductieprocessen en hoe designers daarin een rol kunnen spelen. We produceren steeds meer verschillende producten in een steeds grotere hoeveelheid. Bijna alles in onze samenleving draait om het produceren van producten en leveren van diensten om daarmee privé-inkomsten te genereren, ook al tasten we hiermee het milieu aan en vernietigen we de aarde. Hoe kunnen designers invloed hebben op het ontwerpproces van producten die in massaproductie gemaakt worden? Ik vind het belangrijk dat ontwerpers zich tijdens het ontwerpproces bewust zijn van hoe hun ontwerpen uiteindelijk worden geproduceerd en of bij de massaproductie van hun ontwerpen het milieu wordt aangetast.

Massaproductie

Stel, je bent ernstig ziek en je leven is in gevaar. Op de oude voet doorgaan kan niet, dat zou het nabije einde van je leven betekenen. Op het moment dat deze boodschap je bereikt vindt er een verruiming van je bewustzijn plaats.[i] Naast de angst en de schok, ontstaat het inzicht dat het zo niet langer kan. Er moet iets veranderen en drie vragen spelen hierbij een rol: Wat ga ik aan mezelf veranderen of wat veranderd er aan mij? Wat verandert er in mijn omgeving? Wat is de zin van mijn bestaan? Het is dit proces, hier beschreven voor een individu, dat zich momenteel op wereldschaal voltrekt. De mensheid heeft te horen gekregen: Ho! Tot hier en niet verder. De aarde is ernstig ziek en in gevaar. We produceren steeds meer producten. Naast overproductie ontstaat de situatie dat wij alles maar blijven kopen. De nieuwste producten voor de laagste prijzen. Wij willen ook steeds meer producten en zo verdwijnen bijvoorbeeld de kleren van vorige maand gewoon weer in de prullenbak. Als de mensheid zo door gaat met produceren wordt de wereld steeds zieker. Maar bedrijven blijven maar produceren en de collectie van vorig seizoen verdwijnt op de brandstapel.  

Omdat mijn persoonlijke interesse ligt bij het ontwerpen van schoenen wil ik bespreken hoe de schoenenindustrie omgaat met de problemen die ontstaan door overproductie en uitputting van de aarde. Maar ook in de schoenenindustrie zijn ze bezig met een transformatie om de belasting van het milieu te beperken. Een goed voorbeeld is Adidas. Jaarlijks produceren zij ruim 400 miljoen paar schoenen, dat zijn er ruim 1 miljoen per dag! En de productie groeit elk jaar met 30%, waarvoor nieuwe fabrieken nodig zijn. Een nieuwe, futuristische fabriek werkt op een volledig geautomatiseerd digitaal productieproces.[ii] Dit is een volgende stap in de massaproductie, want er komt helemaal geen handwerk meer aan te pas. Adidas heeft de fabriek een naam gegeven: “Speedfactory”. De naam zegt al waar het in de fabriek om draait: snelheid. Adidas heeft de ambitie om 50 procent van de omzet te halen uit de snelheidsprogramma’s die ze voor de fabriek hebben gemaakt. Het doel van Adidas is om in een zelfde seizoen schoenen te produceren en verkopen. Meestal worden schoenen een seizoen van te voren geproduceerd, omdat ze in Azië worden geproduceerd. Maar de Speedfactory staat in Cherokee county, Georgia in de Verenigde Staten. Dat betekent dat het product dicht bij de consument geproduceerd wordt en zo kunnen de schoenen sneller in handen van de consument zijn. De fabriek kan ook inspelen om de populariteit van een model. Ze kunnen in het zelfde seizoen extra schoenen produceren en zo nog meer verkopen. Ook interessant vind ik dat de Speedfactory, unieke schoenen kan produceren. De klanten van Adidas kunnen zelf een sneaker aanpassen, binnen bepaalde grenzen want het ontwerp moet wel de status van Adidas in stand houden. De fabriek is ook in staat om deze aangepaste sneakers met dezelfde snelheid te produceren als de schoenen uit de standaardcollectie. Met dit concept gaat Adidas de manier van schoenen verkopen veranderen. De consument krijgt de beschikking over een groter aanbod en er gaat zeker ook meer verkocht worden. Adidas kan zo snel produceren dat de seizoenen korter worden. Schoenen van vandaag worden nog sneller de schoenen van gisteren. Draagt de Speedfactory bij aan het verminderen van overproductie en het verkwisten van natuurlijke bronnen? Adidas stelt dat de Speedfactory nooit de belangrijkste bevoorradingsbron kan vervangen. Mijn overtuiging is dat de Speedfactory pas een goed concept en een verbetering is als Adidas de fabrieken in Azië kan sluiten of aanpassen, want dan wordt het milieu gespaard. 

De Speedfacory kan een mooie implementatie zijn voor het verminderen van overproductie. Ze produceren een ontwerp speciaal voor jou en een uniek product heeft voor mensen meer waarde. Zeker als we unieke sneakers gaan zien als een product dat voor een langere tijd gebruikt wordt. Zo ben je uniek en hoef je niet elke maand een nieuw paar schoenen. De fabriek werkt heel snel en kan produceren op aanvraag. Zo voorkom je denk ik overproductie en een afvalberg en komen de producten op tijd bij de klant.

Het ontwerpen van schoenen naar eigen smaak en wensen (binnen bepaalde grenzen) spreekt mij aan. Het is een mooie toevoeging van Adidas aan de manieren die er zijn om schoenen te ontwerpen. 

Maar dit mooie verhaal heeft ook een keerzijde. Als je op de website komt waar Adidas de Speedfactory presenteert zie je allereerst de woorden Crafted and Perfected, wat ambacht en perfectioneren betekent. Tegenwoordig kan ook in het ambachten zekere graad van mechanisering en automatisering niet ontbreken. Maar de Speedfactory maakt geen gebruik van handwerk. Door het woord “ambacht” te gebruiken lijkt het alsof ze speciaal voor jou een unieke schoen ontwerpen en daarbij handwerk gebruiken. Maar is het nog wel zo uniek als de Speedfactory met hoge snelheid voor iedereen hetzelfde kan doen? Door alleen gebruik te maken van de snelheid van de machines zonder dat er een onderdeel met de hand wordt bewerkt? Zelfs het doorgeven van de schoenen naar de volgende machine gebeurt zonder dat er een mens aan te pas komt. Als ze dit ambacht noemen omdat er unieke schoenen uit een machine komen, verkopen zij hun producten met de termen die gebruikt worden door designers die wel one of a kind schoenen maken, om de kijker te laten weten dat deze schoen uniek is.  

Toen ik bezig was met mijn onderzoek kwam ik een reclamefilmpje tegen. Meestal klik ik de reclame weg, maar deze reclame viel mij op. Het filmpje was van Izettle, for the selfmade.[iii] In de video zie je wegkwijnende winkeliers hard vechten tegen de grote partijen. Het Zweedse fintech-bedrijf iZettle geeft ons een kijkje op de toekomst van retail, waarin Giant Corporation de markt domineert met geautomatiseerde leveringen en alle kleine onafhankelijke winkeliers probeert over te nemen. In het toekomstbeeld dat ze in deze reclame laten zien, herken ik Adidas als dat grote bedrijf dat begrippen gebruikt zoals “ambacht” om nog meer producten te kunnen verkopen, terwijl ze helemaal geen rekening houden de ambachtsman en kleine producenten. Adidas met zijn grote fabrieken wil zo snel mogelijk produceren en verkopen. Hoe meer hoe beter. En ze verkopen de producten door gebruik te maken van waar de kracht van de kleine winkeliers ligt: door ambacht, aandacht en uniek zijn in hun vak.

Naast het feit dat de consument zo veel mogelijk aanbod wil hebben, is er ook een groeiende behoefte aan uniek zijn. Iets bezitten en uitdragen wat iemand anders niet heeft. Grote ontwerpers die massaproductie verkopen proberen steeds meer hun producten aan te passen aan individuele wensen. De consument wil een standaard product met een eigen twist. En dan ook liefst vanuit de luie stoel en achter hun computer. Dit is uniek willen zijn met massaproductie. Je kant dit zien als een trend. Om dit te kunnen bereiken maken veel bedrijven gebruik van nieuwe technologieën. 

Maar ik vraag me af: wat als je het zou omdraaien? Grote bedrijven nemen termen van designers over om uniek te zijn. Zo verkopen ze hun producten. Ik denk dat grote partijen de kleine design studio’s niet hoeven uit te sluiten. Niet zoals de reclame van Jzettle, Ik geloof niet in dit toekomstbeeld dat ze schetsen, kleine design studio’s kunnen nog steeds blijven gestaan, naast een groot merk. Daarom vroeg ik me af, wat als we het zouden omdraaien, kleine studio’s, massaproductie kunnen gebruiken om te blijven bestaan. Zodat we grote merken niet zien als een gevaarlijk groot monster die ons weg jaagt ( zoals in de reclame wordt geschetst) maar als een middel om de design studio’s te laten groeien.  

Ik denk dat de werkwijze van “Far East sneakers” een goed voorbeeld is van deze omdraaiing, van het gebruiken van grote fabrikanten om hun ontwerpen op de markt te brengen.[iv] Het is een kleine studio die de grote massaproductie gebruikt om een goed concept neer te zetten. Far East Sneakers is een merk dat uit het Verre Oosten komt en daar verbazingwekkende, mooie producten maakt. Het Westen beschouwd al een lange tijd het Oosten als een productlocatie voor schoenen. Waar dingen worden geproduceerd die elders worden ontworpen. Far East Sneakers heeft de missie om dit beeld te veranderen. Zij willen het Westen verbinden met de coolste sneakers uit het Oosten of verre Oosten. Sneakermerken met hun eigen unieke stijl en die een rijke geschiedenis hebben in hun thuisland, zoals in Japan, China, Taiwan en Zuid-Korea. Ze introduceren Feiyue Dafu uit China, je spreekt het uit als “fee-vu-ee” wat zich vertaald als Flying Forward. Het merk is opgericht in 1920 in Shanghai. De sneaker werd al snel erg populair bij Chinese Kung Fu-jagers. In 2018 lopen er jonge hipsters en beroemdheden mee rond. Far East Sneakers is er van overtuigd dat het niet heel lang duurt voor dat het westen ook verliefd wordt op deze sneakers.  

Doordat kleine studio’s van grote merken gebruik maken, kijken ze veel verder dan alleen het produceren in het Verre Oosten. Ze zijn echt in contact met dit deel van de wereld. Far East sneakers kijkt wat er al is geproduceerd in het land zelf, in plaats van dat ze zelf gaan produceren. Zo breng je in mijn ogen twee werelden dichter bij elkaar met als doel om elkaar te begrijpen en beter onderling te communiceren. Om samen anders naar productieprocessen te kijken. De problemen van beide kanten te belichten in plaats van aan de oppervlakte te blijven. Het Westen heeft geld om producten te laten produceren, het Oosten heeft geld nodig en zij hebben de menskracht om te kunnen produceren. Wij als ontwerpers kunnen daar dus een rol in spelen.

Fast Fashion 

Op dit moment zien we massaproductie niet als iets wat wij als designers kunnen gebruiken, of voor mij als individu. We zien en benaderen het alsof het alleen nog maar over de interesse van de grote bedrijven gaat. Ze maken nog maar 3 procent van onze schoenen hier en de rest aan de andere kant van de wereld. Fast fashion is een belangrijk onderdeel, er komen elke week nieuwe ontwerpen en fast fashion heeft dit gecreëerd om in essentie meer producten te verkopen. De prijs gaat omlaag en de manier waarop het product wordt gemaakt is compleet veranderd. En goedkoop genoeg om ze zo weer weg te gooien. Om dit te veranderen moet de prijs van het product omhoog of producenten moeten er mee stoppen. Van producenten die sjoemelen wat betekent dat ze voorschriften niet naleven, werd geaccepteerd dat zij in dit nieuwe model zaken doen. Dat betekent ook het negeren van andere levens.

Hoe meer mensen gefocust zijn op materialistische waarden, hoe meer ze zeggen dat het geld, imago, status en bezittingen belangrijk voor ze zijn en hoe minder gelukkig ze zijn. We weten dat deze psychologische problemen de neiging hebben om toe te nemen als het materialistisme toeneemt. Dat botst enorm met de duizenden boodschappen die we elke dag ontvangen van reclames waarin gesuggereerd word dat materialisme en het najagen van bezittingen en hebben van spullen ons gelukkig zal maken. Reclame is propaganda. De reden waarom reclame werkt is omdat in reclames producten worden verbonden aan een boodschap die suggereert dat er aan je behoeften zal worden voldaan als je het product koopt. Waar komt zo’n ongehoorde stijging in consumptie vandaan? In deze ongehoorde stijging bestaan 2 soorten producten. Producten die je koopt en voor een langere periode gebruikt zoals een wasmachine of auto. Daarnaast zijn er dingen die je helemaal opgebruikt bijvoorbeeld kauwgum of bederfelijke middelen. Comsumptionisme draait erom mensen zover te krijgen de producten die ze gebruiken te gaan zien als dingen die ze opgebruiken. Dit is hoe wij kleding zijn gaan zien. Via reclames hebben bedrijven de samenleving meegetrokken in het geloof dat geluk is gebaseerd op het bezitten van spullen. Dat puur geluk alleen kan worden bereikt met een jaarlijkse of wekelijke of dagelijkse toename van de hoeveelheid spullen die je bezit. Is het echt democratisch om schoenen te kopen voor 10 euro? Ze doen ons geloven dat we rijk en welvarend zijn omdat we veel kunnen kopen. Maar de enige die er rijker van wordt is de eigenaar van de fast-fashion merken. Is het de taak van de grote merken om de consument er bewust van te maken dat we alle producten als wegwerp producten zijn gaan zien? Of kan de invloed van de designer een rol in spelen om het product zijn echte waarde weer terug geven?  

Ik denk grote merken genoeg macht hebben om de consument te laten zien dat we ons er bewust van moeten worden dat alle producten er voor tijdelijk gebruik zijn. Deze gedachte kunnen ze veranderen. Een goed voorbeeld van de macht van grote bedrijven is hoe New Balance een pro-Trump uitspraak doet en de anti-Trump klanten van New Balance sneakers beginnen te verbranden.[i] Reebok grijpt meteen zijn kans om deze mensen gratis schoenen te geven, Wat gebeurde er: New Balance maakte een fout door een pro- Trump opmerking te maken: ‘’De regering-Obama luisterde niet naar ons en om eerlijk te zijn, denken we dat met de gekozen president Trump zaken de goede kant op gaan.’’ Deze uitspraak schoot bij veel klanten in het verkeerde keelgat. Veel mensen filmden hoe zij hun New Balance in de fik zetten en weggooiden. Reebok ziet een oplossing en geeft nieuwe Reebok schoenen aan deze consumenten.  

Bedrijven als New Balance en Reebok hebben zoveel macht dat ze door een uitspraak een verandering tot stand kunnen brengen. Veel mensen voelen zich persoonlijk aangesproken omdat ze het merk New Balance dragen. Alles wat dat merk doet of zegt daar sta jij ook voor. Grote bedrijven kunnen ook een positieve uitspraak doen en veel van hun consumenten zullen daar achter te staan en dezelfde visie delen. En deze consumenten voelen zich dus ook geroepen om zich te laten horen en samen te strijden. De bedrijven kunnen veel mensen in actie laten komen als het nodig is.  

Macht van het merk, wat vind ik eigenlijk wat de macht van het merk betekent? Merken hebben de macht om een tijdelijk object meer waarde te geven, eigenlijk de tijdelijkheid meer waarde te geven. Het object op dat moment meer waarde te geven, zo ook de kijker meer waarde te laten ervaren van het object wat tijdelijk is geworden.

En de snelheid van de schoenenindustrie niet te vertragen, maar eerst te bekijken wat de snelheid van de industrie heeft veroorzaakt, namelijk de tijdelijkheid van het product.


Duurzaamheid  

Thomas Rau is een architect en visionair. Zijn motto is guided by the future wat voor hem betekent: ontwerpen wat nodig is in de toekomst. [i]Thomas Rau neem ik als voorbeeld om het gebruik van materiaal tijdens het productieproces aan te halen. Hij loopt voor in de discussie over duurzaamheid en grondstoffen schaarste en over het hergebruik van energiebronnen in de architectuur. Zou ik zijn visie ook kunnen toepassen op het produceren van schoenen? 

Rau heeft samen met zijn vrouw, Sabine Oberhuberen een boek uitgebracht: MaterialMatters waarmee ze het bewustzijn willen kweken dat we de economie anders moeten aansturen. Ze geven aan dat de macht van een bedrijf en de verantwoordelijkheid die ze nemen niet in balans zijn. Een voorbeeld is Airbnb, Zij hebben de macht om een bepaald aanbod te doen, maar alle negatieve consequenties van tijdelijke nieuwe bewoning zijn voor de buren, de omgeving en het milieu. Terwijl ze een goed voorbeeld zijn van de sharing economie neemt de onderneming geen verantwoordelijkheid voor de negatieve aspecten. Het is belangrijk dat je tijdens het ontwerpproces maatschappelijke verantwoordelijkheid als een belangrijk onderdeel ziet in je proces. Tijdens het ontwerpen al de vervolgstappen en consequenties in beschouwing nemen.  

De filosofie van Thomas Rau past hierbij. Hij vindt de lineaire economie een fout systeem. In de natuur loopt niks van A naar B. Alles verloopt als een cyclisch proces. We doen nog steeds alsof de mens het centrum van alles is, maar eigenlijk draait alles om de natuur en zijn wij daar een onderdeel van. Hij vind dat we ons zelf als gast moeten gaan zien. Wij hebben de verantwoordelijkheid gekregen voor iets wat niet van ons is. Iets waar wij zuinig op moeten zijn. Daarom heeft Rau in zijn boek een verklaring voor de rechten van materialen opgenomen. Afval is in de anonimiteit terecht gekomen en als we die anonimiteit opheffen, gaan we de waarde van afval weer zien. Hij vindt dat we de ziel van het economische systeem moeten veranderen. Hij bedoelt daarmee dat de producent verantwoordelijk is voor de hele levenscyclus van zijn producten. Hij blijft tot het eind de eigenaar en de consument betaalt alleen voor een dienst. Net zoals je bij een treinreis betaalt voor de reis. Je wordt geen eigenaar van de trein. Kunnen we dit idee gebruiken bij het ontwerpen van schoenen? In het ontwerpproces is de ontwerper al bezig met de vervolgstappen en vraag zich af: hoe wil ik dat het ontwerp terecht komt en hoe wil ik dat het ontvangen word. Ook de consument wordt een onderdeel van het ontwerp, in plaats van het eindstation. Het wordt belangrijk hoe het gedragen wordt. Als je tijdens het ontwerpen met deze gegevens moet gaan werken verandert je ontwerpproces omdat je niet alleen het object ontwerp maar ook het dragen van het object.  

Ik vind het een mooi idee dat we ons zelf als gast zien en de verantwoordelijkheid moeten nemen voor het welzijn van de wereld, iets dat niet van ons is. Dit gaat mooi samen met de Cradle to Cradle denkwijze. Een product wordt zo ontworpen dat de materialen die gebruikt zijn veilig hergebruikt kunnen worden. Het idee is dat je de materialen gaat zien alsof je ze leent. Daarbij past de gedachte dat wij ons zelf gaan zien als gast op aarde waarvan wij grondstoffen lenen. Als het niet van jou is geven we het ook weer in goede staat terug. We mogen de grondstoffen gebruiken om objecten of andere materialen van te maken. Als je klaar ben met het gebruik moet je het zo weer uit elkaar kunt halen zodat je de materialen weer in een goede staat aan de aarde terug kunt geven. Zo zie jezelf als gast en neem je verantwoordelijkheid voor de materialen die je leent van de aarde. Als je een bedrijf hebt noem je jezelf niet de eigenaar van de producten die je verkoopt, maar de verantwoordelijke voor de materialen die je geleend hebt weer uitleent totdat ze klaar zijn met de materialen. Jij als verantwoordelijke zorgt dat ze weer in goede staat worden teruggegeven.  

Nike is een voorbeeld die de cradle to cradle methode toepast. Ze gebruiken een nieuw supermateriaal, gemaakt van recyclebare natuurlijke leervezel.[ii] Ze zijn een nieuwe weg ingeslagen en leggen de focus op duurzaamheid. Nike beschrijft het als een enorme doorbraak. Wetenschappers en ingenieurs zijn jaren lang bezig geweest om dit materiaal te ontwikkelen. Nike beweert dat het de laagste carbon doorprint-materiaal heeft gemaakt. Ze noemen het materiaal Flyleather. Flyleather wordt gebruikt in de modellen, “Air Jordan” en “Air max”. Ze gaan Flyleather gebruiken bij de meest verkochte sneakers. Ze blijven hun stijl en comfort behouden. Maar door dit materiaal dragen ze ook bij aan de wereldwijde inspanning om hulpbronnen te sparen en het milieu te beschermen.  

Tijdens een typisch leerproductieproces wordt ongeveer 30 procent van de huid van de koe weggegooid en eindigt dit restproduct vaak op de vuilstort. Om deze verspilling te verminderen, verzamelt Nike het afgedankte leer van de leerlooierij en verandert het in vezels. Deze worden gecombineerd met synthetische vezels en een weefselinfrastructuur. Met behulp van een hydro-proces wordt alles met grote kracht in één materiaal samengesmolten. Dit materiaal gaat vervolgens door een afwerkingsproces, voordat het op een rol wordt gezet om in de schoenen te worden gesneden. Veel Nike-producten bevatten recyclebare materialen. 75 procent van Nike-producten zijn recycleerbare materialen. Een kleurstof kleuringsproces voor de zolen van Air trainers maakt bijvoorbeeld dat 99 procent van het kleurstofwater kan worden gerecycled. Alle post-2008 enkelinnovaties van de schoen zijn samengesteld uit minstens 50 procent recyclebaar afval. De nieuwe VaporMax-zool, die meer dan 75% recyclebaar materiaal bevat, heeft het voor Nike mogelijk gemaakt om een laag schuim te verwijderen. De regel van Nike is: er is geen innovatie zonder duurzaamheid. Duurzaamheid was ook de belangrijkste focus van de Copenhagen Fashion Summit, die vooruitstrevende fashionista's de toekomst van hun industrie te liet bespreken vanuit het perspectief van sociaal- en milieubewustzijn. 

In de schoenenbranche is leer een materiaal dat vaak wordt gebruikt. Nike denkt dat de productie van atletisch schoeisel een van de beste leerindustrieën is en een aanzienlijke koolstofvoetafdruk heeft. Ze hebben het gevoel dat ze een doorbraak hebben geforceerd. Duurzaam ontwerpen hoeft niet lelijk te zijn. Ze gaan de klanten niet vragen om duurzaamheid te accepteren, ze zullen het zelfs niet weten! Ze vinden het een geweldige overwinning. Een lelijke schoen die is ontworpen voor duurzaamheid is geen overwinning vindt Nike.
Ik denk dat het de taak van Nike is om juist te laten zien dat het ook anders kan. Duurzaam en mooi gaan juist samen. Als je duurzaam ontwerpt wordt het er juist mooier van. Zo geef je ook een boodschap mee zodat de consumenten bewust worden van de producten die ze kopen. Nike is groot genoeg en heeft de macht om daar een uitspraak over te doen. En als we het idee van Thomas Rau toe zouden passen dan zou Nike het product als een dienst kunnen gaan verkopen. Dat houdt in dat Nike na gebruik schoenen van hun klanten opnieuw tot materiaal zou kunnen maken en zo steeds met hetzelfde materiaal schoenen kan fabriceren. Of het materiaal dat ze geleend hebben van de natuur terug kunnen geven omdat het materiaal duurzaam is gemaakt. Zo kunnen er nog steeds genoeg schoenen worden geproduceerd maar wordt er minder materiaal geproduceerd. Omdat het materiaalverbruik dan cyclisch verloopt. 

Een product verkopen als een dienst is een grote stap. Hier beschrijf ik maar een klein deel van dit veranderingsproces. Het product naar een dienst realiseren komt naast de manier van materiaalgebruik. Maar ik zou dit detail van materiaalgebruik wel willen meenemen naar mijn eigen ontwerpproces. Dus, hoe ik mijn producten kan gaan bekijken als diensten. Zo open ik een nieuwe manier van kijken naar mijn eigen ontwerpen tijdens het ontwerpproces en zal ik andere keuzes maken tijdens het bewerken van het materiaal. Ik beschrijf een klein detail van een omvangrijk proces, maar in dit ingewikkelde proces kan ik details gebruiken om voor mezelf een nieuwe blik op een ontwerpproces te ontwikkelen. Het grote geheel hoeft het kleine niet te boven te gaan.

Open design

Wereldwijd is er een beweging ontstaan van mensen die zelf producten maken en delen. De machines die daarvoor worden gebruikt zijn kleiner en betaalbaar geworden, waardoor het mogelijk is om bijna alles te maken. Open design betekent dat je gebruik maakt van diverse expertises uit verschillende disciplines en locaties.[i] Ontwerpers presenteren de projecten van begin tot eind, dit wordt open source genoemd. Het idee dat ontwerpers bij ontwerpen van open source gebruik maken, bestaat al langer. Een voorbeeld hiervan is Rietveld. Iedereen wist hoe hij zijn stoelen maakte, maar niemand had daar iets aan. De vaardigheid om de stoelen te maken, had namelijk alleen Rietveld.  

Ik haal open design aan omdat dit ook een manier van ontwerpen is om massaproductie te veranderen of te bevragen. Vaak is de reactie van de ontwerper om zelf te gaan produceren. Door hun productieproces een open productieproces van te maken en zo op nieuwe, innoverende manieren te produceren. Ze maken gebruik van diverse mogelijkheden.  

Dit nieuwe concept werd voor het eerst gepubliceerd in 2013, op YouTube. Dave Hakkens presenteerde daar zijn idee over Phonebloks.[ii] Blokken, oftewel onderdelen, van een telefoon die naar eigen wens kunnen worden toegevoegd of weggehaald. Hij legt uit hoe je een smartphone zelf eenvoudig kan upgraden of kapotte onderdelen kan vervangen. Zijn project is open source. Hij legt een ingewikkeld proces van het produceren van het product, in makkelijke stappen uit zodat de consument weet welke stappen er moeten worden gezet. Hij laat zien van welke materialen het is gemaakt en ook hoe je de materialen opnieuw kan gebruiken. Hierbij leert hij de consument hoe ze uiteindelijk zelf met deze producten of materialen aan de slag kunnen. Veel ontwerpers laten de maakwijze van het product zien, als het ontwerp zelf. Hakkens geeft zijn productieproces gratis via Youtube weg. Hij laat hiermee letterlijk de consument een onderdeel uitmaken van de productie. Ook ontwerpers zijn bezig met een productieproces te verkopen als product, in plaats van het product zelf. Op dit moment verzamelen wij informatie waar de consument zelf mee aan de slag kan.  

Ook Daniel de Bruin neemt het productieproces in eigen handen.[iii] Nadat zijn ontwerpen uit de 3D-printer rolden, had hij niet het gevoel dat hij ze zelf gemaakt had. Daarom bouwde hij ‘s werelds eerste mechanische 3D-printer. Bij CrowdyHouse op Ventura Lambrate, in Milaan, stond hij naast zijn machine. Dit deed hij om het gewicht dat de basisplaat laat ronddraaien onder een spuitmond met klei, telkens weer op te hijsen. Zo biedt hij met vakmanschap, een alternatief voor 3D-printen. Hij heeft een nieuwe manier gezocht om hetzelfde effect te kunnen krijgen als bij een 3D-printer, maar met een systeem waarbij je ziet wat er gebeurd. En hierdoor is het ook begrijpelijk voor de consument. Hij heeft een variant gemaakt op de 3D printer. 

Beide ontwerpers hebben een systeem veranderd en zichtbaar gemaakt, dat eerst niet transparant was. Het verschil tussen Hakkens en De Bruin is, dat Hakkens zijn project presenteert als open design en De bruin doet dat niet. Ze vinden in het productieproces een onderdeel in het systeem waar ze geen grip op hebben, een klein onderdeel. Door dit onderdeel eigen te maken willen ze verschil maken in productieprocessen. En je ziet bij beide ontwerpers dat ze reageren op productie processen, door zelf te produceren. Die keuzes beïnvloeden mij doordat ik opnieuw ga kijken naar het maken van patronen. Mijn eigen reactie op de snelheid van de schoenenindustrie is aanwezig tijdens mijn ontwerpen doordat ik ook snelheid toepas in zowel maken als in vorm. 

Open design in de schoenenindustrie heeft te maken met transparantie, het betekent dat bedrijven over de hele productielijn van hun kleding openheid van zaken geven, van de fabrieken tot weverijen, spinnerijen en katoenplantages. Maar ze zijn ook transparant over de werkomstandigheden. Daarnaast beschrijven ze wat ze doen om misverstanden aan te pakken en hoe ze de belasting van het milieu door hun bedrijfsvoering terugdringen. 

Heel weinig merken hebben voor een lange tijd geen inzicht gegeven op hun keten of laten openlijk zien waar alle materialen vandaan komen. Na de ramp in Rana Plaza, een fabriek die instortte werden de ogen geopend en gingen er wel meer merken de namen en adressen van hun fabrikanten en leveranciers publiceren. Maar ze gaan meestal niet verder dan de eerste schakel, dat is de fabriek waar de kleding in elkaar wordt genaaid. Ze maken niet heel hun proces transparant omdat modemerken al jaren zeggen dat het wie, wat en waar van hun merk commercieel gevoelig is, een handelsgeheim, dat koste wat kost bewaakt moet blijven.  

Toen G-star RAW in 2014 voor het eerst een lijst met productielocaties openbaar maakte was dat erg vernieuwend en open.[iv] G-star wist niet wat ze te wachten stond, ze wisten niet wat er zou gaan gebeuren. Of journalisten er meteen in zouden duiken en de fabrieken zouden gaan controleren. Ze wisten dat daar op zich niks mis mee is, maar je kan overal wel wat vinden. Ze zijn juist trots op hun productlocaties en ze merken dat de consument deze openheid waardeert, openheid heeft vooral voordelen.  

Veja’s is een van de weinige merken die volledig transparant zijn over hun producten, herkomst arbeidskracht en prijsopbouw.[v] Het is een Frans merk, sustainable en fair. De prijs van hun producten is te vergelijken met een paar Nikes. Veja’s is koploper in de transparantie over informatie over hun productieproces. Op hun website staat informatie hierover in 9 hoofdstukken en elk hoofdstuk beschrijft een onderdeel van hun product, van zool tot veter. Je kan het productieproces met elk detail helemaal lezen. Zelf de contracten met de fabrieksmedewerkers en de salarisdetails van de oprichter zijn te zien. De insteek is duidelijk, ze willen alles transparant hebben. Ze vinden het maken van de schoen even belangrijk als de schoen zelf. Ze zien hun productieproces als hoe zij de wereld zien. Ze werken niet met voorraden. Als de bestelling rond is wordt de schoen in elkaar gezet. Zo blijven er ook geen onnodige overschotten over aan het eind van het seizoen en ook geen afval.  

Beiden maken stappen in het verbeteren van hun proces, maar het ene merk maakt grotere stappen dan het andere merk. Ik kan deze gedachte gebruiken bij mijn project door mijn proces als even belangrijk te gaan zien als het product zelf. Dan wil je ook graag dat je proces gepresenteerd wordt omdat het je product sterker maakt. Dit is weer een klein deel van de massaproductie waar ik overzicht over heb gegeven. Door open design te bespreken, zie ik de stappen om productie in mijn ontwerp proces te gebruiken duidelijker.


Conclusie 

Ik ben in dit essay op zoek gegaan naar manieren hoe designers (en ik als individu) om kan gaan met de nadelen van massaproductie. Hoe ik mijn producten zo kan ontwerpen zodat ze op een minder verspillende manier geproduceerd kunnen worden. Maar ik kan mijn projecten natuurlijk niet vergelijken met massaproductie omdat ik kleinschalig werk. Maar ik herken wel idealen die in mijn onderzoek naar voren komen. Het gaat dan om open design en duurzaam omgaan met grondstoffen. Dit beïnvloed mij in het maken van producten omdat ik door de overvloed aan producten op zoek ben naar een manier om meer waarde aan een product te geven, of hoe ik de kijker kan laten zien waarom we aan sommige producten geen waarde hechten. Ik kan de grote industrie niet vergelijken met mijn producten, het is geen rechte lijn maar er is een andere manier waardoor ik beide werelden met elkaar kan verbinden.  

Massaproductie is een complex gegeven, maar ik denk dat ik als ontwerper met dit gegeven kan werken door naar de details van dit proces te kijken. Massaproductie hoeft kleine studio’s niet op te eten. Ik merk dat ik een groot gegeven kan verkleinen tijdens het ontwerpproces. Dit is schalen om zo een weg te vinden zodat ik er mee aan het werk kan. Ik ben niet altijd realistisch in de eerste fase van het ontwerpen van ideeën omdat het schalen pas later in mijn proces komt. 

Door massaproductie zijn schoenen een tijdelijk product geworden, je kan het vergelijken met wegwerpproducten. Ik ben opzoek gegaan naar manieren om dit product meer waarde te geven, zodat het geen tijdelijk wegwerpproduct meer hoeft te zijn. Dit onderzoek heeft mij ook doen afvragen of ik niet een stap terug moet zetten, daar bedoel ik mee het begrip tijdelijkheid bevragen. Ik wil tijdelijkheid meer waarde geven. Vooral bij het ontwerp en de productie van sneakers is het op dit moment een groot probleem. De sneaker kan ook niet zomaar worden gerecycled omdat er veel verschillende technieken en materialen gebruikt worden. Daardoor wordt het een complex probleem.  

Ik ben geïnteresseerd in een tijdelijk product, de sneaker. Maakt voor mij het sneakerontwerpen minder aantrekkelijk? Of kan ik dit gaan zien als een uitdaging. Ik heb de sneaker zelf nooit als een tijdelijk product beschouwd. Vooral niet de ontwerpen die ik zelf maak. Door dit onderzoek ben ik er anders over gaan denken. Ik moet er bewust van zijn dat een sneaker een tijdelijk product is geworden en daar moet ik rekening mee gaan houden tijdens het ontwerpproces. Ik zie dit als een uitdaging.


MASSAPRODUCTIE

[i] Boek: Open Design Now, Why design cannot remain exclusive; Auteurs: Bas van Abel, Lucas Evers, Roel Klaassen, Peter Trocler 

[ii] https://davehakkens.nl/

[iii] https://danieldebruin.com/

[iv] https://www.g-star.com/nl_nl/archive/about-us/responsibility/sustainable-product 

[v] https://www.oneworld.nl/fashion/schoenen-zonder-schuldgevoel/ 

Inspiratie:

- De Circulaire economie: waarom productie, consumptie en groei fundamenteel anders zou moeten.;  Auteur: schouten, Socrates.  

- The evolution of useful thinks;  Auteur: Petroski, Henry

FAST FASHION 

[i] Boek: Thomas Rau, architect van een nieuw economisch systeem, Omgekeerde veerkracht, Inleiding 

[ii] https://www.dezeen.com/2018/06/11/nike-eric-sprunk-interview-sustainability-flyleather-recyclable-le...  

DUURZAAMHEID 

[i] https://www.metronieuws.nl/nieuws/buitenland/2016/11/new-balance-onjuist-neergezet-als-merk-van-blanken

OPEN DESIGN 

[i] De essentie van duurzaamheid: gedrag en bewustzijn; Auteur: Van der borgt, Nathalie; Jaar: 2011

[ii] https://www.adidas.nl/speedfactory

[iii] https://www.youtube.com/user/iZettle 

[iv] https://fareastsneakers.com/